
Gele monnikskap
Aconitum vulparia

Wilde bijen & Gele monnikskap
De gele monnikskap (Aconitum vulparia) is een plant die ondanks zijn prachtige bloemen slechts een beperkte aantrekkingskracht heeft op wilde bijen. Dit komt voornamelijk door de lage nectar- en pollenwaarde. Desalniettemin kunnen enkele soorten hommels, zoals de aardhommel (Bombus terrestris), incidentele bezoekers zijn, vooral vanwege de bloeitijd van juni tot augustus wanneer er minder andere bloemen beschikbaar zijn. De bloemen zijn complex van vorm, wat betekent dat alleen bijen met een lange tong, zoals bepaalde hommels, in staat zijn om de nectar te bereiken.
Honingbijen & Gele monnikskap
Honingbijen (Apis mellifera) worden niet vaak aangetroffen op gele monnikskap vanwege de lage nectar- en pollenwaarde. De bloeiperiode van juni tot augustus valt echter wel samen met een periode waarin bijen actief op zoek zijn naar voedsel, dus er kan sporadisch bezoek plaatsvinden. De stuifmeelkleur is onbekend, wat het voor imkers lastig maakt om specifiek in te schatten wat de bijdrage van deze plant is aan de honingproductie. Over het algemeen is het voor imkers niet de moeite waard om deze plant specifiek voor honingbijen aan te planten.
Kweken & teelt
Gele monnikskap is een vaste plant die gedijt op een goed doorlatende, vochtige bodem. De plant verkiest een plek in de halfschaduw tot volle zon, maar vermijd de felle middagzon die de bladeren kan beschadigen. De beste planttijd is in het voorjaar of het najaar, wanneer de bodem nog vochtig is. Vermeerdering kan plaatsvinden via zaad of door het delen van de wortelkluiten in de herfst. De plant heeft een rechtopstaande groeivorm en kan tot 1 meter hoog worden. Gele monnikskap is winterhard en kan verschillende jaren op dezelfde plek blijven staan zonder verplant te worden.
Verzorging & snoeien
Om gele monnikskap gezond te houden, is het belangrijk om de plant in het voorjaar te bemesten met een organische meststof zoals goed verteerde compost. Dit voorziet de plant van de nodige voedingsstoffen voor het groeiseizoen. Water geven is vooral belangrijk tijdens droge periodes, aangezien de plant een vochtige bodem verkiest. Zorg ervoor dat de grond niet uitdroogt, maar voorkom ook wateroverlast. Snoeien is niet noodzakelijk, maar het verwijderen van uitgebloeide bloemen kan de plant stimuleren om meer bloemen te produceren en het zaadvorming te verminderen. In de herfst kan de plant tot aan de basis worden teruggesnoeid om de groei van nieuwe scheuten in het voorjaar te bevorderen.