
Knolzijdeplant
Asclepias tuberosa

Wilde bijen & Knolzijdeplant
De knolzijdeplant, ook wel bekend als Asclepias tuberosa, is een waardevolle plant voor wilde bijen, met name voor solitaire bijen en hommels. De opvallende oranje bloemen trekken een verscheidenheid aan bestuivers aan, waaronder de gewone sachembij (Anthophora plumipes) en verschillende soorten hommels zoals de akkerhommel (Bombus pascuorum). Hoewel de plant geen pollen biedt, is de nectar rijk en aantrekkelijk voor bijen die in de zomermaanden actief zijn.
De bloeiperiode van juli tot en met september overlapt met de actieve periode van veel wilde bijen, waardoor de knolzijdeplant een belangrijke rol speelt in het voorzien van voedsel in de late zomer. Daarnaast biedt de plant ook voordelen voor zweefvliegen, die als larven op bladluizen jagen en als volwassen insecten nectar drinken. Hierdoor draagt de knolzijdeplant bij aan een ecologisch evenwicht in de tuin of het landschap.
Honingbijen & Knolzijdeplant
Voor honingbijen biedt de knolzijdeplant voornamelijk nectar, aangezien de pollenwaarde als 0 wordt geclassificeerd. De nectarwaarde van 3 op een schaal van 5 duidt op een aantrekkelijke bron voor honingbijen, vooral in de maanden juli tot en met september, wanneer andere nectarbronnen mogelijk schaars zijn. De nectar van de knolzijdeplant kan bijdragen aan de honingproductie, zij het in beperkte mate.
Imkers kunnen profiteren van de knolzijdeplant door deze in de buurt van bijenkorven te planten, waardoor er in de late zomerperiode een aanvullende nectarbron beschikbaar is. Hoewel de stuifmeelkleur onbekend is, vormt dat geen probleem gezien de afwezigheid van pollen. Het is raadzaam om de plant in volle zon te plaatsen om de nectarproductie te maximaliseren.
Kweken & teelt
De knolzijdeplant gedijt het beste in goed doorlatende grond en heeft een voorkeur voor een zonnige standplaats. Deze vaste plant is winterhard en kan tot 60 cm hoog worden. Hij is geschikt voor zandige en licht kleiachtige bodems met een neutrale tot licht zure pH. De beste tijd om de knolzijdeplant te vermeerderen is in het vroege voorjaar, door zaden te zaaien of wortelstekken te nemen.
De plant is droogtebestendig zodra hij eenmaal is gevestigd, maar jonge planten profiteren van regelmatige watergift tijdens droge periodes. De knolzijdeplant heeft een penwortel die diep in de grond reikt, wat hem helpt om in droge omstandigheden te overleven. Hierdoor is het verplanten van gevestigde planten vaak lastig.
Verzorging & snoeien
De knolzijdeplant heeft weinig bemesting nodig, maar kan baat hebben bij een lichte toepassing van organische meststof in het vroege voorjaar om de groei te bevorderen. Het is belangrijk om het bodemoppervlak mulchvrij te houden om rotting rond de wortelkroon te voorkomen. Regelmatig water geven is vooral nodig in de eerste groeijaren en tijdens droge perioden, maar zodra de plant is gevestigd, kan hij goed tegen droogte.
Snoeien is meestal niet nodig, maar het verwijderen van dode bladeren en stengels in de late winter of vroege lente kan helpen bij het bevorderen van een frisse start voor het nieuwe groeiseizoen. De plant kan zichzelf uitzaaien, maar dit kan worden beheerst door de zaaddozen te verwijderen voordat ze zich openen. De knolzijdeplant is over het algemeen weinig vatbaar voor plagen en ziekten, waardoor hij een onderhoudsarme toevoeging is aan de tuin.