
Zwanenbloem
Butomus umbellatus

Wilde bijen & Zwanenbloem
De zwanenbloem, of Butomus umbellatus, is een aantrekkelijke plant voor verschillende soorten wilde bijen, waaronder solitaire bijen en hommels. Doordat de plant bloeit van juni tot en met september, biedt hij gedurende een lange periode voedsel. Vooral de nectar, die gemakkelijk toegankelijk is door de open structuur van de bloemen, trekt bijen aan. Hommels zoals de aardhommel en de akkerhommel worden vaak waargenomen op deze plant. Daarnaast profiteren zweefvliegen ook van de nectar, wat bijdraagt aan de bestuiving en de ecologische waarde van de zwanenbloem in moerasachtige ecosystemen.
Honingbijen & Zwanenbloem
Voor honingbijen vormt de zwanenbloem een waardevolle bron van zowel nectar als pollen, met een nectarwaarde van 3 op 5 en een pollenwaarde van 3 op 5. De bloei begint in juni en loopt door tot september, wat honingbijen een langdurige voedselbron biedt tijdens de zomermaanden. Het stuifmeel van de zwanenbloem is geel-oranje van kleur en de bloemen worden vaak bezocht door bijen tijdens warme, zonnige dagen. Imkers kunnen profiteren van deze plant door hem te plaatsen in de buurt van waterlichamen, waar de bijen gemakkelijk toegang hebben tot de bloemen.
Kweken & teelt
De zwanenbloem gedijt het beste in vochtige tot natte omstandigheden, wat hem ideaal maakt voor vijvers en moerastuinen. Hij geeft de voorkeur aan een zonnige standplaats, hoewel lichte schaduw ook wordt verdragen. De plant is winterhard en kan in de volle grond worden geplant. Zwanenbloem kan worden vermeerderd door deling van de wortelstokken in het vroege voorjaar of door zaad. Hij is een meerjarige plant die tot wel 1,5 meter hoog kan worden. Zwanenbloem geeft de voorkeur aan een neutrale tot licht alkalische bodem-pH en kan ook in ondiep water worden geplant.
Verzorging & snoeien
De verzorging van de zwanenbloem is relatief eenvoudig. Deze plant heeft weinig bemesting nodig, maar een lichte toediening van organische meststoffen in het voorjaar kan de groei bevorderen. Water geven is in de meeste gevallen niet noodzakelijk als de plant in een moerasachtige omgeving staat. Zorg ervoor dat de wortels in constant vochtige omstandigheden blijven. Snoeien is meestal niet nodig, maar het verwijderen van dode bladeren en bloemen kan helpen om de plant er netjes uit te laten zien en nieuwe groei te stimuleren. Dit kan het beste in de herfst of het vroege voorjaar gebeuren.