
Eenstijlige meidoorn
Crataegus monogyna

Wilde bijen & Eenstijlige meidoorn
De eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) is van groot belang voor wilde bijen, vooral in het voorjaar wanneer de bloesems overvloedig bloeien. De bloemen trekken een verscheidenheid aan solitaire bijen, zoals de rosse metselbij (Osmia bicornis) en verschillende soorten zandbijen (Andrena spp.). Hommels, zoals de aardhommel (Bombus terrestris), zijn ook frequente bezoekers. Ondanks de lage nectar- en pollenwaarde biedt de dichte bloesems een waardevolle voedselbron in een periode dat veel andere planten nog niet bloeien.
Honingbijen & Eenstijlige meidoorn
Voor honingbijen (Apis mellifera) is de eenstijlige meidoorn een vroege bron van nectar en stuifmeel, hoewel beide waarden relatief laag zijn. Bijen vliegen op de bloemen tijdens de bloeiperiode van mei tot juni. Het stuifmeel is niet bijzonder rijk aan voedingsstoffen, maar in combinatie met andere vroege bloeiers kan het bijdragen aan de ontwikkeling van het bijenvolk in de lente. Imkers kunnen profiteren door bijenkasten in de buurt te plaatsen om bijen van diverse voedselbronnen te voorzien.
Kweken & teelt
De eenstijlige meidoorn groeit het beste op een goed doorlatende bodem met een neutrale tot licht alkalische pH. Hij staat graag in de volle zon, maar verdraagt ook halfschaduw. De plant is winterhard en kan zich goed aanpassen aan verschillende bodemomstandigheden, maar geeft de voorkeur aan een vochtige bodem. Vermeerdering kan plaatsvinden door zaad, maar ook door stekken. Het is een meerjarige struik of kleine boom die vaak als haagplant wordt gebruikt vanwege zijn dichte en doornige structuur.
Verzorging & snoeien
Eenstijlige meidoorn heeft weinig verzorging nodig eenmaal gevestigd. Bemesten kan met een organische meststof vroeg in het voorjaar om de groei te stimuleren. Water geven is over het algemeen alleen nodig tijdens langdurige droge perioden. Snoeien kan het beste gedaan worden in de late winter of het vroege voorjaar, voordat de nieuwe groei begint. Het is belangrijk om dode en zwakke takken te verwijderen om een gezonde en dichte structuur te behouden. Overmatig snoeien is niet nodig, tenzij de plant te groot wordt voor zijn standplaats.