
Aardbei
Fragaria x ananassa

Wilde bijen & Aardbei
De aardbei (Fragaria x ananassa) is een populaire plant onder wilde bijen, ondanks dat de nectarwaarde laag is. Vooral de vroege bloeiperiode, van mei tot juli, maakt het een aantrekkelijke voedselbron voor soorten zoals zandbijen en hommels die op zoek zijn naar stuifmeel. De bloemen van de aardbei zijn wit en bieden een gematigde hoeveelheid pollen, wat voldoende is om voorbijvliegende solitaire bijen zoals de rosse metselbij aan te trekken.
Hoewel specifieke zweefvliegsoorten die de aardbei bezoeken minder gedocumenteerd zijn, dragen deze insecten ook bij aan de bestuiving. De aardbeibloemen kunnen profijt hebben van de aanwezigheid van deze insecten, hoewel de plant ook zelfbestuivend kan zijn. Toch verhogen wilde bijen de vruchtzetting en de kwaliteit van de aardbeien, wat hun ecologische waarde benadrukt.
Honingbijen & Aardbei
Honingbijen bezoeken aardbeienbloemen voornamelijk voor hun pollen, aangezien de nectarwaarde van de bloemen laag is. De stuifmeelkleur van aardbeien is niet specifiek gedocumenteerd, maar de pollen biedt wel voldoende voedingswaarde voor honingbijen tijdens de bloeiperiode van mei tot juli. In deze periode kunnen imkers waarnemen dat bijen de aardbeienbloemen bezoeken, vooral in de ochtend wanneer de bloemen net open zijn.
Voor imkers is het belangrijk te weten dat hoewel aardbeien niet de grootste bijdrage leveren aan de honingproductie, ze wel bijdragen aan de vroege voorjaarsvoorraad van pollen. Dit kan nuttig zijn voor het bijenvolk om hun broed te voeden en hun populatie te laten groeien na de winter. Het is voor imkers dus interessant om aardbeien in de nabijheid van hun bijenkasten te hebben.
Kweken & teelt
Aardbeien groeien het beste in een goed doorlatende, humusrijke grond met een licht zure tot neutrale pH-waarde (ongeveer 5,5 tot 7). Ze hebben volle zon nodig om optimaal te groeien en vruchten te produceren. Aardbeien kunnen in het vroege voorjaar worden geplant, zodra de vorstgevaar voorbij is. Ze kunnen worden vermeerderd door uitlopers, die in de nazomer of vroege herfst kunnen worden opgepot om nieuwe planten te vormen.
Aardbeien zijn vaste planten, maar worden vaak als eenjarige of tweejarige gewassen geteeld vanwege de afnemende opbrengst na het tweede jaar. Het is belangrijk om aardbeien te planten in een locatie die goed beschermd is tegen harde wind en waar de zonlicht gedurende de dag overvloedig aanwezig is, om de beste fruitproductie te garanderen.
Verzorging & snoeien
Voor optimale groei van aardbeien is regelmatige bemesting noodzakelijk. Gebruik in het vroege voorjaar een uitgebalanceerde organische meststof om de planten van de benodigde voedingsstoffen te voorzien. Later in het seizoen, wanneer de planten vruchten beginnen te dragen, kan een kaliumrijke meststof worden toegevoegd om de vruchtontwikkeling te bevorderen.
Aardbeien hebben regelmatig water nodig, vooral tijdens droge periodes, maar overbewatering moet worden vermeden om wortelrot te voorkomen. Zorg ervoor dat de grond vochtig maar niet drassig is. Het is raadzaam om aardbeienbedden te mulchen met stro om vocht vast te houden en onkruidgroei te onderdrukken.
Snoei zieke of beschadigde bladeren weg om de luchtcirculatie te verbeteren en ziektes te voorkomen. Na de vruchtzetting kunnen uitlopers worden verwijderd als je de plant niet wilt vermeerderen, zodat de energie naar de moederplant gaat voor een betere oogst het volgende jaar. In de herfst kunnen afgestorven bladeren worden verwijderd om de bedden netjes en gezond te houden.