
Oosterse alant
Inula orientalis

Wilde bijen & Oosterse alant
Oosterse alant (Inula orientalis) heeft een beperkte aantrekkingskracht op wilde bijen vanwege zijn lage nectar- en pollenwaarden. Toch kunnen bepaalde solitaire bijen en hommels deze plant bezoeken, vooral omdat hij bloeit in de zomermaanden wanneer er een overvloed aan bloemen in de natuur is. De felgele bloemen kunnen een visuele aantrekkingskracht hebben op bijen die op zoek zijn naar voedsel.
Hoewel specifieke bijensoorten die Oosterse alant bezoeken niet altijd gedocumenteerd zijn, zullen algemene bestuivers zoals de gewone sachembij (Anthidium manicatum) en de aardhommel (Bombus terrestris) mogelijk op zoek gaan naar de beperkte bronnen die deze plant biedt. Het kan daarom nog steeds een nuttige aanvulling zijn voor een wilde bijvriendelijke tuin, mits gecombineerd met andere planten die rijkere voedselbronnen bieden.
Honingbijen & Oosterse alant
Voor honingbijen biedt de Oosterse alant niet veel aantrekkingskracht gezien de lage nectar- en pollenwaarde van 1 op een schaal van 5. De bloemen bloeien echter in juli en augustus, een periode waarin bijen op zoek zijn naar diverse voedselbronnen. Honingbijen kunnen de plant af en toe bezoeken, maar zullen waarschijnlijk snel doorgaan naar planten die hen meer te bieden hebben.
Imkers die Oosterse alant in de buurt van hun bijenkasten hebben, kunnen overwegen om deze te combineren met andere bloeiende gewassen die rijkere nectar en pollen bieden. Dit zal helpen om de bijen gedurende de zomermaanden voldoende te voeden en hun gezondheid en honingproductie op peil te houden.
Kweken & teelt
Oosterse alant is een vaste plant die goed gedijt in zonnige tot halfschaduwrijke standplaatsen. De plant houdt van goed doorlatende grond en kan zich aanpassen aan zowel arme als vruchtbare bodems. Hoewel specifieke pH-vereisten niet strikt zijn, doet hij het goed in licht zure tot neutrale grond.
De beste planttijd voor Oosterse alant is in het voorjaar of de vroege herfst, zodat de plant voldoende tijd heeft om zich te vestigen voordat de zomerhitte of winterkou toeslaat. Vermeerdering kan plaatsvinden door zaden te zaaien of door de plant in delen te scheuren. De plant vormt een stevige kluit en kan enigszins woekeren als hij zich eenmaal heeft gevestigd.
Verzorging & snoeien
Voor de verzorging van Oosterse alant is het belangrijk om in het voorjaar een organische meststof toe te dienen om de groei te stimuleren. Bemesting een keer per jaar is meestal voldoende. Tijdens droge periodes is regelmatig water geven nodig, vooral als de plant zich nog moet vestigen. Zorg ervoor dat de grond niet doorweekt raakt, want dat kan wortelrot veroorzaken.
Snoeien is niet strikt noodzakelijk, maar het verwijderen van uitgebloeide bloemen kan de plant er netter uit laten zien en mogelijk herbloei stimuleren. Dit kan het beste direct na de bloei in augustus gebeuren. In de herfst kun je de plant tot op de grond terugsnoeien om een opgeruimde tuin te behouden en nieuwe groei in het voorjaar te bevorderen.